Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 19 juni 2018
Stichting Multidag Nijmegen,
de gemeente Den Haag,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
“1.3 Duur van de overeenkomst en optie op verlenging
Opdrachtgever heeft de intentie een overeenkomst af te sluiten met iedere aanbieder die voldoet aan de gestelde uitsluitingsgronden en minimumeisen. De overeenkomst wordt naar verwachting afgesloten op uiterlijk 1 oktober 2014 en treedt in werking op 1 januari 2015. De tijd tussen 1 oktober 2014 en 1 januari 2015 geldt als voorbereidingstijd. De overeenkomst heeft een looptijd van 1 jaar (dertien betaalperioden) en eindigt na verloop van deze termijn van rechtswege. Opdrachtgever heeft een eenzijdige optie op verlenging van de overeenkomst. De overeenkomst kan door opdrachtgever worden verlengd met steeds een periode van 1 jaar. (…) Indien opdrachtgever gebruik wenst te maken van de optie op verlenging van de overeenkomst, deelt zij dit uiterlijk vier maanden voor het einde van de looptijd van de overeenkomst schriftelijk mee aan aanbieder.”
“Artikel 3. Duur van deze overeenkomst.
Grief Iis gericht tegen het oordeel van de voorzieningenrechter dat stilzwijgende verlenging van de Raamovereenkomst is uitgesloten. Multidag stelt dat het in de Aanbestedingsleidraad voorziene einde van de overeenkomst van rechtswege slechts geldt voor de oorspronkelijke looptijd van een jaar. Ook overigens is er geen reden om aan te nemen dat de overeenkomst niet stilzwijgend kan worden verlengd. Met
grief IIbetoogt Multidag dat het uitblijven van een mededeling dat de overeenkomst
nietzou worden verlengd, leidt tot de conclusie dat de overeenkomst stilzwijgend is verlengd.
Grief IIIis gericht tegen de afwijzing van de subsidiaire vordering van Multidag en
grief IVkomt op tegen de proceskostenveroordeling.
al dan nietgebruik maakt van de optie tot verlenging van de overeenkomst. Hoewel hieruit inderdaad kan worden afgeleid dat de Gemeente Multidag tijdig had behoren te informeren over het feit dat zij de overeenkomst niet wilde verlengen, kan het gestelde uitblijven van een dergelijk bericht niet meebrengen dat in weerwil van de contractuele bepalingen een stilzwijgende verlenging van de overeenkomst heeft plaatsgevonden. Het hof neemt daarbij mede in aanmerking dat uit artikel 3.3 van de Raamovereenkomst volgt dat voor verlenging van de overeenkomst niet alleen een positief bericht van de Gemeente nodig is, maar ook een acceptatie door de aanbieder van de voorgestelde tarieven. Noch van voorgestelde tarieven, noch van enige acceptatie daarvan door Multidag is hier sprake geweest. De vraag of Multidag het e-mailbericht van 4 juli 2016 heeft ontvangen, kan dan ook verder onbesproken blijven.
Beslissing
- bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 20 juli 2017;
- wijst af het in hoger beroep meer of anders gevorderde;
- veroordeelt Multidag in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van de Gemeente tot op heden begroot op € 716,- aan verschotten en € 1.074,- aan salaris advocaat en op € 157,- aan nasalaris voor de advocaat, nog te verhogen met € 82,- indien niet binnen veertien dagen na aanschrijving in der minne aan dit arrest is voldaan en vervolgens betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden, en bepaalt dat deze bedragen binnen 14 dagen na de dag van de uitspraak dan wel, wat betreft het bedrag van € 82,--, na de datum van betekening, moeten zijn voldaan, bij gebreke waarvan deze bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf het einde van genoemde termijn van 14 dagen.