ECLI:NL:GHDHA:2018:1439
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs mishandeling ondanks uiterlijke gelijkenis verdachte en tweelingbroer
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor mishandeling van twee personen op 8 januari 2017 te Rotterdam. Hoewel vaststond dat de slachtoffers waren mishandeld door een man, kon het hof niet met redelijke twijfel vaststellen dat verdachte de dader was. Dit kwam mede doordat verdachte een eeneiige tweelingbroer heeft die hem sterk lijkt.
De bewijsmiddelen, waaronder camerabeelden, wezen op een persoon met het voorkomen van verdachte, maar konden niet uitsluiten dat het zijn tweelingbroer was. Verdachte ontkende stellig de mishandeling te hebben gepleegd.
De advocaat-generaal had een taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf gevorderd, maar het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.
De benadeelde partijen hadden schadevergoedingsvorderingen ingediend, maar deze werden niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte werd vrijgesproken. De kosten werden ieder voor eigen rekening genomen.
Het arrest werd gewezen door drie rechters van het Gerechtshof Den Haag op 7 juni 2018.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij de mishandeling heeft gepleegd.