ECLI:NL:GHDHA:2018:1472
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- E.A. Mink
- A.E. Sutorius-van Hees
- A. van Montfoort
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kort geding hoofdverblijfplaats minderjarige afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang
In deze zaak ging het om een geschil tussen ouders over de hoofdverblijfplaats van hun minderjarige kind. De voorzieningenrechter had de hoofdverblijfplaats voorlopig bij de man vastgesteld en vervangende toestemming verleend voor het aanvragen van een identiteitsbewijs. De vrouw startte een kort geding en kwam in hoger beroep tegen dit vonnis.
Het hof constateerde dat de vrouw nog geen bodemprocedure had gestart, ondanks haar voornemen een raadsonderzoek te verzoeken. Hierdoor was het spoedeisend belang van haar vorderingen in hoger beroep komen te vervallen. Het hof besloot daarom de grieven van de vrouw niet inhoudelijk te behandelen en het hoger beroep te verwerpen.
Verder wees het hof het bewijsaanbod van de vrouw af omdat in kort geding geen plaats is voor bewijslevering door getuigen. De vrouw werd veroordeeld in de proceskosten, begroot op €2.995,-, terwijl haar vordering om de man in de kosten te veroordelen werd afgewezen. Het arrest werd uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 29 mei 2018.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep van de vrouw af wegens ontbreken van spoedeisend belang en veroordeelt haar in de proceskosten.