ECLI:NL:GHDHA:2018:1475
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- C.M. Warnaar
- I. Obbink-Reijngoud
- L.N.A. van Veen
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging voorlopige zorgregeling in hoger beroep omgangsregeling minderjarige
Partijen, ouders van een minderjarige geboren in 2012, hadden een zorgregeling waarbij het kind bij de vrouw verbleef na schooltijd en in het weekend bij de man. Sinds september 2017 weigert de vrouw deze regeling uit te voeren, waardoor de man geen contact meer heeft met het kind.
De voorzieningenrechter stelde een voorlopige zorgregeling vast waarbij het kind op woensdag en zaterdag bij de man zou zijn, met aanwezigheid van de vrouw bij de eerste zes contactmomenten. De vrouw vorderde in hoger beroep ontzegging van omgang, later aangepast naar een aangepaste zorgregeling, maar trok haar provisionele vordering in.
De man stelde dat de voorlopige regeling goed verliep en verwees naar een rapport van het Centrum voor Jeugd en Gezin dat een goede band tussen hem en het kind bevestigt. Het hof oordeelde dat de voorlopige regeling wordt uitgevoerd en dat de bezwaren van de vrouw niet worden bevestigd door het rapport. Het hof bekrachtigt het bestreden vonnis en verklaart de regeling uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de voorlopige zorgregeling en verklaart deze uitvoerbaar bij voorraad.