ECLI:NL:GHDHA:2018:1492
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Invloed diefstal hennep op reparatoir karakter van ontneming
De zaak betreft hoger beroep tegen een beslissing van de politierechter in Rotterdam over ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit een hennepkwekerij. De veroordeelde werd eerder veroordeeld voor overtredingen van de Opiumwet en diefstal, met een werkstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf.
De politierechter had het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €23.412,49 en de veroordeelde verplicht tot betaling aan de Staat. In hoger beroep stelde het Openbaar Ministerie een lagere vordering van €21.071,24 voor.
Het hof oordeelde dat de eerste oogst hennep in januari 2005 was gestolen bij een inbraak, hetgeen werd bevestigd door getuigenverklaringen en foto’s van braakschade. Hierdoor was het voordeel dat de veroordeelde uit de oogst had kunnen verkrijgen, door de diefstal tenietgedaan.
Het hof concludeerde dat het voordeel zich daardoor niet leent voor oplegging van een reparatoire maatregel van ontneming, omdat de veroordeelde door de diefstal weer in de oorspronkelijke situatie was teruggebracht. De vordering tot ontneming werd daarom afgewezen en het eerdere vonnis vernietigd.
Uitkomst: De vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wordt afgewezen wegens diefstal van de hennepoogst.