ECLI:NL:GHDHA:2018:1502
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis kinderrechter wegens rijden onder invloed zonder rijbewijs met OBM
Het gerechtshof Den Haag behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de kinderrechter van 16 november 2017, waarin verdachte werd schuldig bevonden aan het besturen van een bromfiets onder invloed van alcohol met een ademalcoholgehalte van 455 microgram, zonder het vereiste rijbewijs.
De verdediging voerde aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat de zaak volgens hen geschikt was voor een transactie en niet voor dagvaarding. Het hof verwierp dit verweer en oordeelde dat het OM terecht tot dagvaarden was overgegaan vanwege de mogelijke oplegging van een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen (OBM), wat een contra-indicatie vormt voor strafbeschikking of transactie.
Verder werd in hoger beroep de strafmotivering aangevuld met een eerdere veroordeling van de verdachte door de kantonrechter voor rijden zonder rijbewijs op dezelfde datum, een feit dat de kinderrechter niet kende. Het hof achtte toepassing van artikel 9a Sr passend, mede gelet op artikel 63 Sr Pro.
De door de kinderrechter aangehaalde wetsartikelen werden geschrapt omdat geen straf of maatregel werd opgelegd. Het hof bevestigde het vonnis van de kinderrechter onder verbetering van gronden.
Uitkomst: Het hof bevestigt het vonnis van de kinderrechter waarbij verdachte schuldig is verklaard zonder strafoplegging en verklaart het openbaar ministerie ontvankelijk.