ECLI:NL:GHDHA:2018:1621
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Hoofdverblijf minderjarige en zorgregeling na scheiding ouders
In deze civiele zaak gaat het om de vaststelling van de hoofdverblijfplaats en zorgregeling van een minderjarige na de scheiding van zijn ouders. De vader verzocht het hof om de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij hem te bepalen, terwijl de moeder dit betwistte en een zorgregeling wilde vastleggen waarbij de minderjarige grotendeels bij haar zou verblijven.
Het hof heeft de feiten en standpunten van beide ouders, de raad voor de kinderbescherming en de gecertificeerde instelling zorgvuldig gewogen. De minderjarige heeft een hechte band met beide ouders en bevindt zich in een belangrijke fase van zijn schoolcarrière. Het hof acht het niet wenselijk dat de minderjarige een keuze moet maken tussen zijn ouders, om een loyaliteitsconflict te voorkomen.
Gelet op het belang van continuïteit in de school en sociale omgeving, en de goede zorgomgeving bij de moeder, bepaalt het hof dat de hoofdverblijfplaats bij de moeder blijft. De zorgregeling voorziet in omgang met de vader één weekend per veertien dagen en de helft van de vakanties en feestdagen, waarbij de moeder de minderjarige na omgangsweekenden ophaalt.
De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en het verzoek van de vader wordt afgewezen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de vader af en bepaalt dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de moeder blijft met een zorgregeling voor omgang met de vader.