ECLI:NL:GHDHA:2018:1633
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep verdeling gemeenschap en nakoming verkoop woning en lening
In deze civiele zaak stond de verdeling van de huwelijksgemeenschap en de nakoming van overeenkomsten omtrent de verkoop van de woning en terugbetaling van een lening centraal. De man was in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam dat zijn vorderingen had afgewezen. Hij stelde dat hij niet hoefde te betalen volgens een eerdere beschikking en dat de vrouw gehouden was tot nakoming van de overeenkomsten.
Het hof oordeelde dat de man het originele document van de verdeling van de gemeenschap niet had gedeponeerd, waardoor dit stuk niet in zijn voordeel kon worden meegewogen. De vrouw betwistte de authenticiteit en stelde dat zij onder druk de leningsovereenkomst had getekend, maar het hof vond geen sprake van een wilsgebrek of misbruik van omstandigheden. De overeenkomst over verkoop woning en terugbetaling lening werd als rechtsgeldig beschouwd.
Het hof veroordeelde de vrouw tot betaling van €5.606 aan de man, bestaande uit de helft van de lening die de man van zijn broer had ontvangen en de helft van de overwaarde van de woning. De vordering tot vergoeding van kosten voor onderzoek naar handtekeningen werd afgewezen. Verder werd vastgesteld dat de vrouw geen partij was bij de leningsovereenkomst met de broer van de man, maar dat de man een regresrecht op haar had wegens herfinanciering van de huwelijksgemeenschapsschuld.
In het incidentele appel werden vorderingen van de vrouw afgewezen en de proceskosten werden gecompenseerd zodat elke partij haar eigen kosten draagt. Het arrest werd uitgesproken op 26 juni 2018 door het Gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt de vrouw tot betaling van €5.606 aan de man, wijst overige vorderingen af en compenseert de proceskosten.