ECLI:NL:GHDHA:2018:1634
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- F. Ibili
- A.E. Sutorius-van Hees
- E.C. Punselie
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vervangende toestemming reis minderjarigen naar Dubai wegens belangen kinderen
In deze zaak gaat het om een geschil tussen ouders over de vervangende toestemming voor de vader om met hun minderjarige kinderen van 9 tot 19 juni 2018 op vakantie te gaan naar Dubai. De moeder heeft het eenhoofdig gezag en verzet zich tegen het verzoek omdat de vader weinig contact heeft met de kinderen en de reis niet in hun belang zou zijn.
De rechtbank had de vader vervangende toestemming verleend onder de voorwaarde dat de school instemt met de vakantie. De moeder ging in hoger beroep en vorderde vernietiging van dit vonnis en afwijzing van de verzoeken van de vader.
Het hof oordeelt dat de vader als niet-gezaghebbende ouder geen recht heeft op vervangende toestemming op grond van artikel 1:253a BW, maar dat het verzoek moet worden beoordeeld als een voorlopige omgangsregeling op grond van artikel 1:377a BW. Het hof stelt dat de omgang in Dubai in strijd is met de zwaarwegende belangen van de kinderen vanwege het gebrek aan een stabiele relatie met de vader en de onbekende omgeving.
Het hof vernietigt het bestreden vonnis voor zover het de vervangende toestemming betreft en wijst de vorderingen van de vader af. De proceskosten worden gecompenseerd zodat iedere partij de eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de vader om vervangende toestemming voor de vakantie naar Dubai af wegens strijd met de belangen van de minderjarigen.