ECLI:NL:GHDHA:2018:1636
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over vergoedingsrechten en pensioenverevening bij huwelijkse voorwaarden en woningverdeling
Partijen waren gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met uitsluiting van gemeenschap van goederen, maar behielden gezamenlijke eigendom van de echtelijke woning en hypothecaire lening. De man had uit eigen middelen aflossingen gedaan op de aflossingsvrije hypotheek. Het geschil betrof of de man aanspraak had op betaling van deze aflossingen en andere bedragen, en of pensioenverevening moest plaatsvinden.
De rechtbank had de man een bedrag van €170.000 en €47.112,91 toegekend uit de verkoopopbrengst van de woning. Het hof vernietigde dit voor zover het de toekenning van €170.000 betreft en bepaalde dat de vrouw slechts voor de helft van het resterende bedrag na verkoop aansprakelijk is. De man heeft recht op betaling van €23.560,95 plus wettelijke rente, conform de huwelijkse voorwaarden.
Verder oordeelde het hof dat pensioenverevening niet achterwege kan blijven omdat partijen dit niet hadden uitgesloten in de huwelijkse voorwaarden. De vrouw moet meewerken aan de verkoop van de woning, maar een dwangsom werd afgewezen. Proceskosten werden gecompenseerd. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vrouw moet €23.560,95 plus wettelijke rente betalen en voor de helft van het resterende bedrag na verkoop van de woning aansprakelijk zijn; pensioenverevening blijft van toepassing.