Het gerechtshof Den Haag behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter waarin verdachte werd veroordeeld voor diefstal van een fles port uit een Hoogvliet-winkel in Den Haag. De verdachte werd beticht van het wegnemen van de fles met het oogmerk deze wederrechtelijk toe te eigenen.
De verdediging voerde aan dat op de camerabeelden geen wegneemhandeling zichtbaar was, maar het hof oordeelde op basis van de verklaringen van de aangever en verbalisant dat de verdachte de fles uit het schap pakte en in zijn tas stopte. De tascontrole bevestigde de aanwezigheid van de fles port, die niet op de kassabon stond. De verklaring van de verdachte dat hij de fles al bij zich had bij binnenkomst werd niet geloofd.
Het hof achtte de diefstal wettig en overtuigend bewezen en wees het verweer af. Gezien de ernst van het feit, de recidive van de verdachte en de omstandigheden legde het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie weken op, met aftrek van voorarrest.