ECLI:NL:GHDHA:2018:1768
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- P. Glazener
- M.E. Honée
- T.G. Lautenbach
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep huurgeschil: afwijzing huurprijsvermindering en schadevergoeding wegens te late vordering en onvoldoende onderbouwing
In deze civiele zaak vordert appellant in eerste aanleg ontbinding van de huurovereenkomst, huurprijsvermindering en schadevergoeding wegens vermeende wanprestatie van geïntimeerde. De kantonrechter wees deze vorderingen af en veroordeelde appellant in de proceskosten.
Appellant kwam in hoger beroep, maar geïntimeerde verscheen niet, waardoor verstek werd verleend. Het hof oordeelde dat appellant geen belang had bij ontbinding omdat hij de huurovereenkomst reeds had opgezegd en de kamer had verlaten. De vordering tot huurprijsvermindering faalde omdat appellant de gebreken niet tijdig had gemeld; de kennisgeving vond plaats in maart 2013, terwijl de dagvaarding pas in oktober 2016 werd ingesteld, ruim na de wettelijke vervaltermijn van zes maanden.
De schadevergoeding werd afgewezen omdat appellant onvoldoende onderbouwing leverde en de kosten voortkwamen uit zijn eigen keuze om de kamer te verlaten. Ook de vordering tot terugbetaling van de borgsom faalde wegens gebrek aan bewijs dat deze aan geïntimeerde was doorbetaald. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vorderingen van appellant af.