Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest d.d. 12 juni 2018
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
“13. Partijen verklaren dat, nadat de verplichtingen uit hoofde van bovenstaande punten over en weer zijn nagekomen, zij over en weer niets meer van elkaar te vorderen zullen hebben ter zake van de in het geding zijnde kwestie en zij verlenen elkaar reeds nu voor alsdan ter zake over en weer finale kwijting.”
partijenop het tijdstip van het sluiten van de het convenant over en weer aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Het hof komt tot de slotsom dat door de vrouw niet is voldaan aan haar stelplicht. Aan bewijslevering komt het hof dan ook niet toe.