ECLI:NL:GHDHA:2018:1879
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging machtiging uithuisplaatsing en plaatsing minderjarige in gezinshuis
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, met plaatsing in een gespecialiseerd gezinshuis, terecht was verlengd door de rechtbank Den Haag. De moeder was het niet eens met deze beslissing en kwam in hoger beroep, waarbij zij tevens verzocht om aanvullend deskundigenonderzoek ex artikel 810a lid 2 Rv naar de mogelijkheid van terugplaatsing bij haar thuis.
De moeder voerde aan dat zij onvoldoende gelegenheid had gehad om zich te verweren tegen de vermeerdering van het verzoek tot plaatsing in een gezinshuis en betwistte de onderbouwing van de gecertificeerde instelling. Het hof oordeelde echter dat de moeder in hoger beroep voldoende gelegenheid had gehad om haar standpunten naar voren te brengen, waardoor het beginsel van hoor en wederhoor niet was geschonden.
Het hof nam de feiten en overwegingen van de rechtbank over, waarbij werd vastgesteld dat de minderjarige gedragsproblemen vertoont die een gespecialiseerde opvoedsituatie vereisen. De moeder kon niet voldoen aan de opvoedbehoeften van de minderjarige, die een stabiele en professionele omgeving nodig heeft. Het verzoek van de moeder tot aanvullend onderzoek werd afgewezen omdat dit niet tot een andere beslissing zou leiden en het belang van de minderjarige zich hiertegen verzet.
De bestreden beschikking werd daarom bekrachtigd en het verzoek van de moeder afgewezen, waarmee de machtiging tot uithuisplaatsing en plaatsing in een gezinshuis ongewijzigd bleef.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing en plaatsing in een gespecialiseerd gezinshuis en wijst het verzoek tot aanvullend onderzoek af.