ECLI:NL:GHDHA:2018:1930
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie na echtscheiding afgewezen wegens onvoldoende behoeftigheid vrouw
In deze zaak stond de vraag centraal of de vrouw recht had op partneralimentatie na de echtscheiding die op 8 september 2017 werd ingeschreven. De rechtbank had de partneralimentatie afgewezen en het hof behandelde het hoger beroep van de vrouw tegen deze beslissing.
De vrouw stelde dat zij niet in staat was om zelf in haar levensonderhoud te voorzien en verzocht om een partneralimentatie van € 1.000 per maand, later gesteld op € 2.000, maar deze hogere grief werd door het hof als te laat en strijdig met de goede procesorde verworpen. De man betwistte de behoeftigheid van de vrouw en voerde aan dat zij voldoende verdiencapaciteit had, onder meer door een afgeronde opleiding en eerdere werkervaring.
Het hof overwoog dat de vrouw onvoldoende had aangetoond dat zij niet in haar levensonderhoud kan voorzien. Zij had geen recente sollicitaties overgelegd en geen bewijs van medische belemmeringen of bijstandsuitkering. De behoefte van € 1.000 per maand stond vast, maar de vrouw was volgens het hof in staat deze zelf te verdienen.
Daarom werd het hoger beroep van de vrouw afgewezen en de bestreden beschikking van de rechtbank bekrachtigd, waarmee het verzoek om partneralimentatie werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof bevestigt de afwijzing van partneralimentatie omdat de vrouw onvoldoende heeft aangetoond behoeftig te zijn.