Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
of omstreeksde periode van 1 januari 2015 tot en met 16 februari 2015 te Rozenburg, gemeente Rotterdam, tezamen en in vereniging met
een ander ofanderen,
althans alleen, (telkens)opzettelijk heeft geteeld
en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt (in een pand aan de [adres]
)een
(grote)hoeveelheid hennepplanten
en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II
, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
of omstreeks17 februari 2015 te Rozenburg, gemeente Rotterdam, opzettelijk aanwezig heeft gehad
ongeveer192 hennepplanten,
in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep,zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II
, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
of omstreeksde periode van 31 mei 2014 tot en met 17 februari 2015 te Rozenburg, gemeente Rotterdam, tezamen en in vereniging met
een ander ofanderen,
althans alleen, (telkens
)opzettelijk heeft geteeld en
/of bereid en/ofbewerkt
en/of verwerkt, (in een pand aan de [adres])een
(grote)hoeveelheid hennepplanten
en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II
, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
of omstreeksde periode van 31 mei 2014 tot en met 18 februari 2015 te Rozenburg, gemeente Rotterdam, tezamen en in vereniging met
een ander ofanderen,
althans alleen, (telkens
)opzettelijk heeft geteeld en
/of bereid en/ofbewerkt
en/of verwerkt, (in een pand aan de [adres]
)een
(grote)hoeveelheid hennepplanten
en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II
, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
- begin 2014 heeft er in de growshop van de medeverdachte [medeverdachte 1] een ontmoeting tussen de verdachte en [medeverdachte 1] plaatsgevonden;
- tijdens die ontmoeting is afgesproken dat de verdachte het pand aan de [adres] ter beschikking zou stellen, zodat [medeverdachte 1] daar samen met, naar hem later bleek, ([medeverdachte 2]) een hennepkwekerij kon opzetten;
- de verdachte zou een derde van de opbrengst van de hennepkwekerij ontvangen, naar het hof begrijpt: een derde voor respectievelijk [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en de verdachte;
- de verdachte heeft in de daarop volgende maanden in totaal drie panden aan genoemde medeverdachten ter beschikking gesteld;
- om te voorkomen dat de hennepkwekerij zou worden ontdekt, heeft de verdachte in het pand aan de [adres] een tussenwand laten plaatsen;
- de verdachte heeft voor de panden aan de [adres] en de [adres] twee huurders, te weten [getuige] en [huurder 2], geregeld, zodat de panden bewoond leken;
- de verdachte heeft een keer geld betaald voor de huur en de energierekening aan [getuige]: [medeverdachte 1] was dit vergeten te doen en de verdachte heeft toen de betalingen gedaan, dit om geen argwaan te wekken;
- de dag na de brand in het pand aan de [adres] heeft de verdachte telefonisch contact met [getuige] gehad omdat hij op zoek was naar [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2], en daarbij medegedeeld dat zij de hennepplanten dienden weg te halen;
- de verdachte heeft van [medeverdachte 1] twee keer een bedrag van € 3.000,- en een keer één bedrag van
1.3 en 4:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
2.
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod.
taakstrafvoor de duur van
160 (honderdzestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
80 (tachtig) dagen hechtenis.