ECLI:NL:GHDHA:2018:2310
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- W.M.G. Visser
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- F.G.F. Peters
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep WOZ-waarde gemengd agrarisch bedrijf met melkveehouderij en varkensstallen
Belanghebbende is eigenaar van een gemengd agrarisch bedrijf bestaande uit een woning, melkveebedrijf en varkenshouderij, waarvan de varkenshouderij niet meer in gebruik is. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde voor 2016 vast op €446.000, welke door de rechtbank werd verlaagd naar €430.000. Zowel de heffingsambtenaar als belanghebbende gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak.
Het Hof oordeelt dat de heffingsambtenaar niet is geslaagd in de bewijslast voor de vastgestelde waarde, mede omdat de waardering van de dakkapel dubbel is meegeteld en onvoldoende rekening is gehouden met de slechte marktsituatie in de melkveehouderijsector. Belanghebbende heeft de lagere waarde van €374.000 ook niet aannemelijk gemaakt, mede omdat de taxatiekaart gebaseerd was op een bureautaxatie zonder opname ter plaatse.
Het Hof berekent de waarde van de onroerende zaak op €419.000, een middenweg tussen de standpunten, en wijzigt de beschikking en aanslag dienovereenkomstig. De proceskosten worden aan de heffingsambtenaar opgelegd. Het hoger beroep van de heffingsambtenaar wordt ongegrond verklaard en het incidenteel hoger beroep van belanghebbende gegrond.
Uitkomst: De WOZ-waarde wordt vastgesteld op €419.000 en de aanslag dienovereenkomstig verminderd.