In deze civiele zaak gaat het om de aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door de verwerking van met MPA verontreinigd suikerwater in diervoeder. Wyeth leverde dit afval zonder voldoende onderzoek aan Bioland, dat niet over de benodigde vergunningen beschikte om het afval te verwerken. Appellante en haar groep, waaronder Zeeland Voeders en Oostburg Varkens, verwerkten het product vervolgens in veevoer.
Het hof oordeelde dat Wyeth onrechtmatig handelde door het afval zonder deugdelijke controle over te dragen en dat appellante en haar groep eigen schuld hadden door onvoldoende onderzoek te verrichten naar de aard en herkomst van het product. De schade was mede veroorzaakt door het handelen van beide partijen, waarbij Wyeth voor 30% aansprakelijk is en appellante voor 70%.
De rechtbank had eerder 100% eigen schuld aan appellante toegerekend, maar het hof corrigeerde dit. De omvang van de schade kon niet direct worden vastgesteld, waardoor het hof verwees naar een schadestaatprocedure. De proceskosten werden gecompenseerd zodat elke partij haar eigen kosten draagt.
Het arrest benadrukt het belang van naleving van de diervoederwetgeving en de GMP-code, en wijst op de zorgvuldigheidsplicht van alle betrokken partijen bij de verwerking van veevoedergrondstoffen. Wyeth had rekening moeten houden met het risico van onjuiste aanwending van het afval, terwijl appellante en haar groep hadden moeten onderzoeken of het product geschikt was voor diervoedergebruik.