ECLI:NL:GHDHA:2018:2525
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens te late indiening
In deze strafzaak heeft de kantonrechter de verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 50 uren werkstraf, subsidiair 25 dagen jeugddetentie. De verdachte stelde hiertegen hoger beroep in, maar dit hoger beroep werd na het verstrijken van de wettelijke termijn van veertien dagen na de einduitspraak ingediend.
Tijdens de eerste terechtzitting op 20 november 2017 was de verdachte niet verschenen, waarna de zaak werd aangehouden tot 20 februari 2018. De verdachte verscheen toen alsnog te laat met haar moeder, waarna de kinderrechter mededeelde dat de zaak was aangehouden tot de genoemde datum. Hierdoor was de verdachte bekend met de datum van de einduitspraak.
Het hof oordeelde dat de wettelijke termijn voor het instellen van hoger beroep binnen veertien dagen na de einduitspraak gold en dat het hoger beroep pas op 1 mei 2018 werd ingesteld, ruim na deze termijn. Daarom verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens te late indiening.