ECLI:NL:GHDHA:2018:2568
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kort geding over teveel betaalde alimentatie en woningverkoop
Partijen hadden een affectieve relatie die in 2011 eindigde en sloten een convenant over de gevolgen van de beëindiging. De man vorderde in hoger beroep terugbetaling van teveel betaalde alimentatie en hypotheekbijdragen, terwijl de vrouw vorderde dat de man de woning met hypotheek zou overnemen.
Het hof oordeelde dat geen van beide partijen een spoedeisend belang had bij hun vorderingen, omdat het ging om betalingen uit het verleden en de woning inmiddels was verkocht. De procedure in kort geding is niet geschikt om minutieus betalingsverplichtingen vast te stellen; dit hoort thuis in een bodemprocedure.
Het hoger beroep van de man en het incidenteel hoger beroep van de vrouw werden verworpen. De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis van de voorzieningenrechter bleef in stand, waarin de man werd veroordeeld zijn alimentatieverplichtingen na te komen en de vrouw medewerking aan de verkoop van de woning moest verlenen.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep van de man en het incidenteel hoger beroep van de vrouw af wegens ontbreken van spoedeisend belang.