ECLI:NL:GHDHA:2018:2576
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toelating tot schuldsaneringsregeling ondanks onduidelijkheid over onderneming en schulden
Appellante heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, dat werd afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van goede trouw bij het ontstaan van de schuld en twijfel over nakoming van verplichtingen.
De rechtbank baseerde haar oordeel op het ontbreken van duidelijke informatie over de omvang en ontstaansdatum van de schuld aan NIBC, onduidelijkheid over de overdracht van haar onderneming, en onvoldoende bewijs van inspanningen om de verplichtingen van de regeling na te komen.
In hoger beroep heeft appellante toegelicht dat de schuld ouder is dan vijf jaar en dat zij weinig actie kon ondernemen vanwege het plotselinge vertrek van haar ex-partner. Tevens heeft zij nadere informatie over haar onderneming en haar huidige arbeidsverhouding overgelegd, waaronder een verklaring van wekelijkse ondersteuning bij correspondentie.
Het hof acht aannemelijk dat de schuld ouder is dan vijf jaar en dat appellante zich zal inspannen om haar verplichtingen na te komen. De onderneming leverde weinig inkomsten en er is geen bewijs van benadeling van schuldeisers. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst de schuldsaneringsregeling toe.
Uitkomst: Het hof wijst de schuldsaneringsregeling toe en vernietigt het vonnis van de rechtbank.