Partijen zijn hertrouwd en inmiddels gescheiden, waarbij de vrouw partneralimentatie en een gebruiksvergoeding van de man vordert. De rechtbank wees deze verzoeken af, waarna de vrouw in hoger beroep ging.
De vrouw stelt dat zij niet kan voorzien in haar behoefte zonder partneralimentatie, mede vanwege haar leeftijd, taalbarrière en hoge werkloosheid in Portugal. Zij wenst een termijn van drie jaar om werk te vinden en stelt dat het rendement uit haar vermogen onvoldoende is. De man betwist dit en wijst op haar verdiencapaciteit en het omvangrijke vermogen waarop zij kan interen.
Het hof oordeelt dat de vrouw, woonachtig in Nederland, redelijkerwijs in staat is binnen korte termijn een inkomen te verwerven, mede gezien haar werkervaring. Het vermogen van circa € 2,85 miljoen biedt voldoende dekking om in haar behoefte te voorzien. De stelling dat het vermogen minder liquide is door aankoop van een woning wordt verworpen. De draagkracht van de man behoeft geen bespreking meer. Het verzoek tot gebruiksvergoeding wordt niet behandeld omdat de man alle woonlasten draagt. De proceskosten worden gecompenseerd.