Uitspraak
Kinderalimentatie
Partneralimentatie
Gelet op het vorenstaande zal het verzoek van de vrouw tot vaststelling van een door de man te betalen bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud worden afgewezen.
Gerechtshof Den Haag
In deze civiele zaak stond de vaststelling van de financiële draagkracht van de man, directeur-grootaandeelhouder (DGA), centraal voor de bepaling van de alimentatieverplichtingen na ontbinding van het geregistreerd partnerschap per 27 april 2012.
Het hof handhaafde eerdere aanhoudingen voor deskundigenonderzoek en baseerde zich op diverse waarderingstechnieken voor de onderneming van de man. De draagkracht voor kinderalimentatie werd vastgesteld op €251 per maand per kind vanaf 27 april 2012, en €152 per maand per kind vanaf 1 december 2013. De vrouw bleek niet draagkrachtig voor partneralimentatie, hetgeen werd afgewezen.
De waarde van de aandelen van de besloten vennootschap werd vastgesteld op €208.081, waarbij de man gehouden werd een bedrag van €104.040,50 aan de vrouw te betalen wegens onderbedeling. Daarnaast werd de man veroordeeld tot betaling van €3.750 voor de verkoop van een auto. Proceskosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof stelt kinderalimentatie vast, wijst partneralimentatie af en veroordeelt de man tot betaling wegens onderbedeling van aandelen.