ECLI:NL:GHDHA:2018:2677
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdeling gemeenschappelijke woning en aflossing eigenwoningschuld na beëindiging samenleving
Partijen hadden een langdurige affectieve relatie zonder huwelijk en kochten samen een woning. De vrouw kreeg een schenking van haar ouders van €100.000,- die zij gebruikte voor de aflossing van de hypothecaire geldlening op de gemeenschappelijke woning.
De man stelde dat de schenking aan beiden was gedaan, maar het hof oordeelde dat de schenking uitsluitend aan de vrouw was gedaan. Door de aflossing van de lening met deze schenking is ook een deel van de schuld van de man voldaan, waardoor de vrouw een vordering van €50.000,- op de man heeft.
Verder werd geoordeeld dat de muntenverzameling eigendom van de man is en de vrouw onvoldoende heeft gesteld over de inboedel om een verdeling te rechtvaardigen. De vrouw moet de helft van de notariskosten dragen die verband houden met de verdeling van de woning. De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd zodat ieder zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot betaling van €50.000,- met rente aan de vrouw en de vrouw draagt de helft van de notariskosten voor de verdeling van de woning.