Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest d.d. 11 september 2018
Het verdere verloop van het geding
Beoordeling van het hoger beroep
- voor recht verklaard dat geïntimeerde sub 2 als gevolg van het feit dat hij buiten zijn wil niet (meer) de beschikking heeft over de stukken welke daarvoor nodig zijn, niet in staat is tot het afleggen van rekening en verantwoording zoals bedoeld in het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 19 april 2001, zolang deze situatie voortduurt;
- voor recht verklaard dat het ten laste van geïntimeerde sub 2 gelegde executoriale derdenbeslag onrechtmatig is:
- de op de voet van het bepaalde in artikel 611 Rv Pro in het vonnis van 19 april 2001 aan geïntimeerde sub 2 opgelegde dwangsommen die betrekking hebben op de periode dat geïntimeerde sub 2 een herseninfarct kreeg opgeheven, op de grond dat geïntimeerde sub 2, buiten zijn wil, niet meer de beschikking heeft over de stukken welke nodig zijn om rekening en verantwoording af te leggen ter voldoening aan het bepaalde in het vonnis van 19 april 2001;
- het executoriale derdenbeslag ten laste van geïntimeerde sub 2 onder toen Twenteleven N.V., thans Achmea, opgeheven;
- aan appellant verboden om het vonnis van 19 april 2001 te doen uitvoeren voor zover het betreft de daarin aan geïntimeerde sub 2 opgelegde dwangsommen, op straffe van een dwangsom.