Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
komen, of
Gerechtshof Den Haag
Partijen zijn de ouders van twee minderjarige kinderen en waren gehuwd van 2009 tot 2015. De rechtbank had bepaald dat alleen de moeder het gezag over de kinderen zou krijgen en de vader het omgangsrecht werd ontzegd. De vader kwam hiertegen in hoger beroep.
Het hof oordeelt dat er onvoldoende zwaarwegende redenen zijn om het gezag eenhoofdig aan de moeder toe te kennen. Ondanks moeizame communicatie is de vader betrokken en neemt hij zijn ouderlijke verantwoordelijkheid. Het gezamenlijk gezag blijft daarom gehandhaafd.
Ten aanzien van de omgang stelt het hof vast dat de moeder onvoldoende heeft aangetoond dat omgang met de vader schadelijk is. De omgangsregeling wordt vastgesteld met een geleidelijke opbouw en een dwangsom voor de moeder bij niet-naleving.
Een verzoek tot ondertoezichtstelling wordt afgewezen omdat geen ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de kinderen is vastgesteld. Het hof bekrachtigt de overige onderdelen van de bestreden beschikking en wijst het meer of anders verzochte af.
Uitkomst: Het hof herstelt het gezamenlijk gezag en stelt een omgangsregeling vast met dwangsom bij niet-naleving.