Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
beschikking van 6 november 2018
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
placing broker). Van de overeenkomst is een
cover noteopgemaakt, gedateerd 8 oktober 2013. Aan het slot van de
cover notezijn de namen van (rechtsvoorgangers van) de verweerders in beroep 1 tot en met 9 vermeld, elk voor een percentage van het risico. Voorts houdt de
cover noteonder meer in, als tweede clausule op het eerste blad, direct onder de vermelding “
TypeMarine Insurance”:
cover notevermeldt ook een groot aantal “
Conditions”, waaronder de clausule “SC329 Arbitration Clause (Marine Risks)”. Deze clausule – die hierna ook wel zal worden aangeduid als: de arbitrageclausule – luidt:
a peril insured-policy’ of een ‘
war risk policy’ dekking geeft. Nu in het onderhavige geval evenwel slechts sprake is van één verzekeringspolis komt de vraag welke polis dekking geeft niet aan de orde. Mitsdien is de clausule niet van toepassing, waaruit volgt dat de clausule geen basis is voor een arbitrageovereenkomst. Nu van het bestaan van een dergelijke overeenkomst anderszins niet is gebleken, dient het verzoek reeds om die reden te worden afgewezen.
grief 1stelt Gudri zich op het standpunt dat de voorzieningenrechter de feiten onjuist en onvolledig heeft weergegeven.
Grief 2richt zich tegen het oordeel van de voorzieningenrechter, in r.o. 4.5 van de bestreden beschikking, dat aanstonds en zonder nader onderzoek kan worden vastgesteld dat een (geldige) arbitrageovereenkomst ontbreekt en tegen de motivering van dat oordeel in r.o. 4.6 van de bestreden beschikking.
Dutch Jurisdiction Clauseuitsluitend een aanvullende rol toekomt ten aanzien van de arbitrageclausule, maar dat zij het herhaalde beroep van verweerders in beroep op de hiervoor in 1.2 geciteerde vermelding aan het begin van de
cover note“…
with Dutch jurisdiction”(in directe aansluiting op de toepasselijkverklaring van Engels recht) consequent onweersproken heeft gelaten. De conclusie moet dan ook zijn dat Gudri niet heeft voldaan aan haar stelplicht wat betreft het bestaan van een arbitrageovereenkomst met betrekking tot het onderhavige geschil. Anders dan zij meent kan een verzoek om benoeming van arbiters ook worden afgewezen als aanstonds en zonder nader onderzoek kan worden vastgesteld dat een in de polis opgenomen arbitrageclausule niet van toepassing is op het geschil waarvoor verzoeker arbitrage verlangt. Benoeming van arbiters zou in een dergelijk geval bovendien zinloos zijn, omdat aangenomen moet worden dat arbiters zich in een dergelijk geval toch onbevoegd zouden verklaren dan wel, als dat al anders zou zijn, het arbitrale vonnis voor vernietiging op de voet van art. 1065, lid 1 onder a, Rv in aanmerking zou komen. Onder die omstandigheid heeft Gudri geen belang bij toewijzing.
cover notevermelde “Dutch jurisdiction clause” heeft slechts aanvullende werking, in die zin dat op de arbitrage Nederlandse procedurele regels van toepassing zijn, zoals die van het vierde Boek van Rv. Onder verwijzing naar een opinie van haar Engelse advocaten betoogt Gudri ten slotte dat ook bij uitleg naar Engels recht sprake is van een geldige arbitrageovereenkomst voor dit geschil.
whether there be a loss caused by a peril insured against on this policy or on the war risk policy”. Daarop wijst ook de tweede zin, die voor de beslechting van dit (samenloop)geschil voorziet in “
one arbitration” tussen de drie betrokken partijen. Daarbij sluit de derde zin van de clausule aan met een bepaling over de benoeming van één arbiter voor elk van de partijen. Aldus opgevat, komt derhalve aan geen der partijen een bevoorrechte positie toe. Tussen partijen staat vast dat een geschil als hier omschreven zich bij de onderhavige verzekeringsovereenkomst niet voordoet en niet kan voordoen, omdat (1) de door Gudri geleden schade geen ‘war risk’ betreft, (2) de verzekeringsovereenkomst ook dekking biedt voor ‘war risks’ en (3) er ook geen afzonderlijke ‘war risk policy’ is afgesloten. De door Gudri voorgestane lezing dat arbitrageclausule ook betrekking heeft op (louter) de vraag of haar schade is veroorzaakt door een gevaar waartegen de verzekeringsovereenkomst dekking biedt, is naar het oordeel van het hof uiterst gekunsteld, omdat daarmee de woorden “or on the war risk policy” en in het verlengde daarvan ook de betekenis van de tweede zin wordt genegeerd. Een consequentie van de lezing van Gudri is verder dat, zoals Gudri ook verdedigt, verzekeraars twee arbiters zouden mogen benoemen en Gudri slechts één, zodat de benoemingsprocedure voor verzekeraars een bevoorrechte positie inhoudt. Dat partijen een dergelijke onevenwichtigheid zouden hebben gewild bij de beslechting van het aan de orde zijnde dekkingsgeschil, kan redelijkerwijs niet worden aangenomen.
any dispute arising out of this insurance shall be exclusively subject to Dutch jurisdiction”.Deze ruime formulering maakt het nog minder aannemelijk dat alle geschillen onderworpen zijn aan arbitrage, omdat de rol van de gewone rechter (
Dutch jurisdiction) dan beperkt zou zijn tot een aanvullende rol in het kader van de arbitrage, zoals bij verzoeken tot benoeming van arbiters, het treffen van voorlopige bewijsmaatregelen of voorlopige voorzieningen en vorderingen tot vernietiging van het arbitrale vonnis. Partijen zijn het erover eens dat de vraag naar de relatieve bevoegdheid van de Nederlandse rechter in dit geval niet voor problemen stelt.
Grief 2faalt derhalve.
Grief 3houdt in dat de voorzieningenrechter ten onrechte het verzoek van Gudri op grond van art. 1028 lid 1 Rv Pro niet heeft beoordeeld.
Grief 3faalt derhalve.