ECLI:NL:GHDHA:2018:2894
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdeling eenvoudige gemeenschap en toepasselijk recht bij ex-echtgenoten met woningen in Nederland en België
Partijen zijn ex-echtgenoten met woningen in Nederland en België, gezamenlijk eigendom in eenvoudige gemeenschap. De vrouw woont in België, de man in Nederland. De kern van het geschil betreft de verdeling van de woningen en de financiële afwikkeling.
Het hof bevestigt de beperkte rechtsmacht van de Nederlandse rechter op grond van de EEX-Verordening II, waarbij de rechter bevoegd is voor de woning in Nederland maar niet voor die in België. Het Marokkaanse recht is van toepassing op het huwelijksvermogensregime, dat geen gemeenschap van goederen kent, terwijl de verdeling van de eenvoudige gemeenschap impliciet onder Nederlands recht valt.
De woningen worden beide aan de man toegedeeld, met voorwaarden omtrent hypotheekverplichtingen en lastenverdeling. De man krijgt een vergoeding van € 75.000,- voor eigen investeringen in de woning te Antwerpen. Vorderingen wegens onrechtmatige daad en ongerechtvaardigde verrijking worden afgewezen of toegewezen op basis van Nederlands respectievelijk Belgisch recht. Proceskosten worden gecompenseerd en het arrest is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof deelt de woningen toe aan de man met voorwaarden omtrent hypotheeklasten en vergoedt hem € 75.000,- voor eigen investeringen, wijst overige vorderingen deels toe en compenseert proceskosten.