ECLI:NL:GHDHA:2018:3016
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis hoger beroep diefstal en medeplegen van oplichting
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor diefstal en medeplegen van oplichting in de periode van november 2014 tot januari 2015 te Hoogvliet, gemeente Rotterdam. Verdachte werd primair vrijgesproken van diefstal en subsidiair veroordeeld voor medeplegen van oplichting met betrekking tot een bedrag van 931.791,90 euro, geheel of gedeeltelijk toebehorend aan twee bedrijven.
De zaak werd in hoger beroep behandeld door het Gerechtshof Den Haag, dat op 12 oktober 2018 uitspraak deed. Het hof nam kennis van de vordering van de advocaat-generaal en de verdediging van verdachte. De behandeling in hoger beroep bracht geen nieuwe inzichten die aanleiding gaven tot wijziging van het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 19 april 2018.
De tenlastelegging betrof onder meer het openen van meerdere bankrekeningen, het aanvragen van roodstand zonder dekking, en het uitvoeren van Idealtransacties ondanks ontoereikende saldi, waarbij het banksysteem de transacties accordeerde. Hierdoor werden de betrokken bedrijven bewogen tot afgifte van het geldbedrag.
Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank, waarbij verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 90 dagen, waarvan 54 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met aftrek van voorarrest. De uitspraak werd uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: Het hof bevestigt het vonnis van de rechtbank waarin verdachte werd veroordeeld tot 90 dagen gevangenisstraf, waarvan 54 voorwaardelijk.