ECLI:NL:GHDHA:2018:3152
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging weigering verlenging schuldsaneringsregeling wegens boedelachterstand
Appellanten zijn bij vonnis van de rechtbank onder de schuldsaneringsregeling geplaatst en kregen later de schone lei onthouden wegens het ontstaan van een boedelachterstand van €5.889,92. De rechtbank verlengde de regeling al eerder met 20 maanden, waarbij de laatste acht maanden vrijstelling van afdracht gold, maar appellanten konden niet aantonen hoe zij de achterstand zouden inlopen.
In hoger beroep betwistten appellanten aanvankelijk de boedelachterstand, maar erkenden deze later. Zij verzochten om een laatste verlenging van vier maanden met vrijstelling van afdracht om de achterstand in te lopen. De bewindvoerder stelde dat de achterstand inmiddels €5.238,66 bedroeg en niet binnen de resterende termijn kon worden ingelopen.
Het hof oordeelde dat appellanten toerekenbaar tekortgeschoten zijn in hun afdrachtverplichting en dat het laten ontstaan van deze forse achterstand een kernverplichting schendt. Het verzoek tot verlenging werd afgewezen omdat appellanten geen concreet inloopvoorstel deden, niet verschenen waren ter zitting en vrijstelling van afdracht niet mogelijk is bij verlenging.
Daarom werd het vonnis van de rechtbank bekrachtigd en blijft de schone lei onthouden. De beslissing weerspiegelt het belang van naleving van afdrachtverplichtingen binnen de schuldsaneringsregeling en de strikte toepassing van de wettelijke regels bij boedelachterstanden.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat appellanten de schone lei is onthouden en wijst het verzoek tot verlenging van de schuldsaneringsregeling af.