ECLI:NL:GHDHA:2018:3159
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging onthouding schone lei wegens toerekenbare boedelachterstand in schuldsaneringsregeling
Appellant is in eerste aanleg de schuldsaneringsregeling opgelegd en later is hem de schone lei onthouden vanwege een boedelachterstand van ruim €6.400 en het ontbreken van een saneringsgezinde houding. Appellant stelde in hoger beroep dat hij bereid is de boedelachterstand in te lopen met maandelijkse betalingen van €300, mede doordat hij tijdelijk geen huur hoeft te betalen vanwege een overeenkomst met zijn broer. Hij erkent tekort te zijn geschoten in zijn sollicitatieplicht, maar wijst op persoonlijke omstandigheden en een verwijzing naar Fivoor.
De bewindvoerder bevestigt de boedelachterstand en ziet alleen kans op volledige aflossing bij verlenging van de regeling met opschorting van de reguliere afdracht, mits appellant onder budgetbeheer of beschermingsbewind komt. Het hof oordeelt dat appellant toerekenbaar tekort is geschoten in zijn afdrachtverplichting, dat de boedelachterstand zwaar weegt en dat het voorstel van appellant niet reëel is. Er is onvoldoende bewijs van de afspraken met zijn broer en de tijdelijke aard daarvan maakt structurele aflossing onwaarschijnlijk.
Het hof wijst het verzoek tot verlenging van de regeling af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank. De reguliere afdrachtverplichting blijft bij verlenging onverkort van kracht, en het hof ziet geen aanleiding voor een verlenging of het toekennen van de schone lei.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat appellant de schone lei wordt onthouden wegens toerekenbare boedelachterstand en wijst het verzoek tot verlenging af.