ECLI:NL:GHDHA:2018:3179
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Ontslag bewindvoerder na geschil over kosten huishouding en samenwerking
Appellante en de rechthebbende sloten in 1996 een samenlevingsovereenkomst waarin afspraken zijn gemaakt over gezamenlijke huishoudkosten en verrekening van inkomsten. Na een verkeersongeval werd bewind ingesteld over het vermogen van de rechthebbende, waarbij appellante en een notaris als bewindvoerders zijn benoemd.
Er ontstond een conflict tussen appellante en de eerste bewindvoerder over de uitvoering van het bewind, met name inzake de kosten van de gezamenlijke huishouding en de financiële verantwoording. Appellante weigerde inzage te geven in haar inkomsten, waardoor verrekening volgens de bewindvoerder niet mogelijk was. Tevens werden door appellante zonder toestemming bedragen overgeboekt en een aanvullende zorgverzekering opgezegd.
De kantonrechter wees het verzoek van appellante om ontslag van de eerste bewindvoerder af en ontsloeg appellante als bewindvoerder. Het hof bevestigt dit oordeel, overwegende dat de samenwerking ernstig is verstoord, de bewindvoerder niet buiten haar bevoegdheid is getreden en appellante de uitvoering van het bewind bemoeilijkt. De kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het ontslag van appellante als bewindvoerder wegens ernstige verstoring van de samenwerking en weigering inzage in financiën.