ECLI:NL:GHDHA:2018:3225
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Vervangende toestemming medische behandeling minderjarige met verstandelijke beperking
De gecertificeerde instelling kwam in hoger beroep tegen de afwijzing door de rechtbank van haar verzoek om vervangende toestemming voor medische behandeling van een 16-jarige minderjarige met een verstandelijke beperking en gedragsproblemen. De minderjarige verbleef sinds 2015 onder toezicht en was geplaatst in een orthopedagogisch behandelcentrum. Na escalaties en ernstige gedragsproblemen was opname in een gespecialiseerde zorginstelling noodzakelijk.
De vader, die samen met de moeder het gezag uitoefent, weigerde toestemming voor de behandeling, terwijl de moeder wel toestemde. Het hof oordeelde dat de gedragsproblemen en het risico op ernstig gevaar voor de gezondheid van de minderjarige een medische behandeling noodzakelijk maakten. De rechtbank had ten onrechte het verzoek afgewezen omdat zij het gevaar onvoldoende ernstig achtte.
Het hof vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank voor zover het de vervangende toestemming betrof en wees het verzoek van de gecertificeerde instelling toe. Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad werden niet gesteld vanwege het ontbreken van een breed voorkomend geschil.
Uitkomst: Het hof verleent vervangende toestemming voor de medische behandeling van de minderjarige.