ECLI:NL:GHDHA:2018:3227
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Opheffing meerderjarigenbewind wegens vervallen noodzaak
De rechthebbende was sinds 7 februari 2011 onder bewind gesteld vanwege haar lichamelijke en/of geestelijke toestand die haar belemmerde haar vermogensrechtelijke belangen te behartigen. De kantonrechter had op 28 juni 2018 het verzoek tot opheffing van dit bewind afgewezen.
In hoger beroep verzoekt de rechthebbende het hof de beschikking te vernietigen en het bewind op te heffen. Het hof overweegt dat op grond van artikel 1:449 lid 2 BW Pro het bewind kan worden opgeheven indien de noodzaak daartoe niet meer bestaat. Uit een e-mail van de bewindvoerder blijkt instemming met opheffing. Daarnaast tonen recente medische en sociale rapportages aan dat de rechthebbende haar financiën zelfstandig kan beheren.
Het hof vernietigt de bestreden beschikking en heft het bewind met ingang van de datum van het vonnis op. Het verzoek tot ontslag van de bewindvoerder wordt afgewezen omdat diens taak daarmee automatisch eindigt. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en aan de griffier van de rechtbank Den Haag toegezonden voor registratie.
Uitkomst: Het hof heft het meerderjarigenbewind op omdat de noodzaak niet langer bestaat.