Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN
- De ouders hebben een affectieve relatie gehad.
- De ouders zijn gezamenlijk met het gezag over de minderjarige belast.
- Blijkens het strafvonnis van 1 februari 2016 van het Tribunal de Grande Instance de Bobigny, is de vader schuldig bevonden aan: ‘Geweld zonder dat dit leidt tot arbeidsongeschiktheid door een persoon die is of was de echtgenoot, vriend of partner verbonden door een samenlevingscontract met het slachtoffer’, gepleegd [van] 2014 [tot] 2015 in [plaats] , in [plaats] en in [plaats] ’.
- Omstreeks 2 augustus 2017 is de moeder met de minderjarige naar Nederland vertrokken.
- Bij beschikking van voornoemd Tribunal van 20 september 2017 is op verzoek van de vader - bij verstek van de moeder - onder meer bepaald dat de gewone verblijfplaats van de minderjarige bij de vader zal zijn en is een omgangsregeling tussen de moeder en de minderjarige bepaald waarbij de minderjarige elke zaterdag van 10.00 uur tot 19.00 uur alsmede om de week op woensdag van 10.00 uur tot 19.00 uur bij de moeder is.
- De vader, de moeder en de minderjarige hebben allen de Franse nationaliteit.
- De vader heeft zich [in] maart 2018 gewend tot de Franse Centrale Autoriteit (CA) met een teruggeleidingsverzoek. Het verzoek van de vader is door de Franse CA verzonden naar de Nederlandse CA. De zaak is bij de Nederlandse CA geregistreerd onder IKO nr. [nummer] .
- Bij beschikking van 12 oktober 2018 van de rechtbank Den Haag is de minderjarige voorlopig onder toezicht gesteld van Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering voor de periode van 12 oktober 2018 tot 12 januari 2019.