Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
BESLISSING
spreekt de verdachte daarvan vrij.
niet-ontvankelijkin de vordering tot schadevergoeding.
Gerechtshof Den Haag
Op 16 oktober 2016 vond een incident plaats waarbij de aangever ten val kwam en zijn heup brak. Verdachte werd beschuldigd van mishandeling door met zijn knie op de borst en/of heup van de aangever te drukken of te slaan.
In eerste aanleg werd verdachte veroordeeld tot een geldboete, maar in hoger beroep vernietigt het hof dit vonnis en spreekt verdachte vrij. Het hof oordeelt dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte de mishandeling heeft gepleegd. De getuigenverklaringen zijn onvoldoende eenduidig; een getuige nuanceerde zijn eerdere verklaring en verdachte verklaarde slechts te hebben gedreigd te slaan.
Hoewel verdachte zijn knie op de borst van de aangever plaatste, is niet vast te stellen met welke kracht dit gebeurde en of dit pijn of letsel veroorzaakte. De verklaring van de aangever over het plaatsen van de knie op de heup acht het hof niet bewezen. Hierdoor kan het hof de gevolgen van het knieplaatsen niet baseren op de verklaring van de aangever.
De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij wordt afgewezen omdat verdachte wordt vrijgesproken. Er worden geen kosten aan verdachte opgelegd. Het arrest is gewezen door mr. J.M. van de Poll, mr. B.P. de Boer en mr. W.M. Limborgh op 21 november 2018.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs mishandeling.