ECLI:NL:GHDHA:2018:3420
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Geen belang in hoger beroep bij toetsing vervallen schriftelijke aanwijzing omgang minderjarige
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Den Haag van 21 juni 2018, waarin de schriftelijke aanwijzing van 30 januari 2018 was vervallen verklaard, maar de rechtsgevolgen daarvan in stand bleven. De moeder wilde dat het hof oordeelde of de rechtbank de schriftelijke aanwijzing op basis van de toen beschikbare informatie in stand kon laten.
De rechtbank had op 9 oktober 2018 het ouderlijk gezag van de moeder beëindigd en de William Schrikker Stichting tot voogd benoemd, en tevens een omgangsregeling vastgesteld die feitelijk de inhoud van de schriftelijke aanwijzing uitwerkte. De moeder trok haar verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling in hoger beroep in.
Het hof overwoog dat de moeder geen rechtens relevant belang meer heeft bij het hoger beroep, nu de schriftelijke aanwijzing was vervallen en de omgangsregeling was vastgesteld. Daarom verklaarde het hof de moeder niet-ontvankelijk in haar hoger beroep en wees het verzoek af.
Uitkomst: Het hof verklaarde de moeder niet-ontvankelijk in haar hoger beroep wegens gebrek aan belang.