Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest d.d. 13 november 2018
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
LAST
- het inbrengen van de medicatielijst, om aan te tonen dat haar bewustzijnstoestand door medicatie is beïnvloed. De mate waarin dat is gebeurd hangt af van de aard en dosering van de medicatie;
- het inbrengen van rapportage van verpleegkundigen en verzorgenden, teneinde inzicht te krijgen in de fysieke en mentale toestand van erflaatster op 18 oktober 2013;
- het horen van getuigen, waaronder notaris [volgt naam'] de huisarts, een verpleegkundige en een verzorgende, die betrokken waren bij de zorg voor erflaatster, en de kinderen van erflaatster.
voor de duur van het geding.Artikel 337 lid 1 Rv Pro. bepaalt dat van een vonnis waarbij een voorlopige voorziening wordt getroffen of geweigerd hoger beroep kan worden ingesteld voordat het eindvonnis is gewezen. [Broer een] heeft geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid en pas tegelijkertijd met het eindvonnis hoger beroep van het incidenteel vonnis ingesteld. [Broer een] vordert veroordeling van [Geintimeerden] mee te werken aan het tijdelijk stilleggen van de werkzaamheden van de vereffenaar. De nalatenschap is door de erfgenamen beneficiair aanvaard. Op alle erfgenamen rust de verplichting tot vereffening en zij zijn allen vereffenaar. De vereffenaar heeft tot taak de schulden van de nalatenschap te voldoen en die verplichting strekt tot bescherming van de schuldeisers van de nalatenschap (vgl. Hoge Raad 19 mei 2017, HR:2017:939). Het belang van de schuldeisers – die er bij gebaat zijn dat de vereffeningstaken worden voltooid - verzet zich tegen toewijzing van de onderhavige vordering van [Broer een] , die overigens ook geen grond vindt in de vereffeningsbepalingen. Het hof ziet evenmin aanleiding tijdelijk een andere bewindvoerder te benoemen. De vorderingen onder j. en m. worden afgewezen.
Beslissing
- bepaalt dat, indien [Broer een] getuigen wil doen horen, de getuigenverhoren zullen worden gehouden in een der zittingszalen van het Paleis van Justitie aan de Prins Clauslaan 60 te
- bepaalt dat mr De Bruin hiertoe binnen veertien dagen na heden de verhinderdata van beide partijen en de te horen getuigen in de maanden november 2018 tot en met februari 2019 zal opgeven alsmede het aantal te horen getuigen;
- bepaalt dat de namen en woonplaatsen van de getuigen ten minste een week voor het verhoor aan de wederpartij en aan de griffier worden opgegeven;
- houdt iedere verdere beslissing aan.