ECLI:NL:GHDHA:2018:3653
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- R.M. Bouritius
- H.P.Ch. van Dijk
- L.A. Pit
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij hennepkwekerij
In deze ontnemingszaak is de veroordeelde bij arrest van het gerechtshof Den Haag veroordeeld voor opzettelijk handelen in strijd met een verbod uit de Opiumwet, met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf. Het Openbaar Ministerie had een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van ruim €81.000 ingediend, gebaseerd op een berekening van het aantal oogsten hennep.
De politierechter had eerder een bedrag van circa €79.000 vastgesteld en opgelegd tot betaling aan de Staat. In hoger beroep heeft het hof de vordering onderzocht aan de hand van het dossier, waaronder het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel en het proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij.
Het hof oordeelde dat de berekening grotendeels steunt op de constatering van 13 lege cans groeimiddel, terwijl slechts 4 cans daadwerkelijk waren aangetroffen en geruimd. De ambtseed en het dossier boden onvoldoende samenhangende en kwantitatieve aanwijzingen om het vermeende aantal oogsten te onderbouwen. Hierdoor kon het hof de berekening niet volgen en wees het de vordering tot ontneming volledig af.
Uitkomst: De vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs voor de berekening.