ECLI:NL:GHDHA:2018:3850
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- A.H.N. Stollenwerck
- A.N. Labohm
- R.L.M.C. Janssen
- Rechtspraak.nl
Geschil over wilsbekwaamheid erflaatster en waardering onroerend goed bij nalatenschap
In deze civiele zaak staat centraal of erflaatster bij het opstellen van testamenten en een notariële schuldbekentenis leed aan een geestelijke stoornis die haar wilsbekwaamheid beïnvloedde. Appellanten voerden aan dat zij niet in staat was haar wil te bepalen vanwege afasie na herseninfarcten, terwijl geïntimeerde dit betwistte en stelde dat afasie geen geestelijke stoornis is die wilsbekwaamheid uitsluit.
Het hof heeft getuigenverklaringen, waaronder die van de notaris die de akten heeft gepasseerd, artsen en familieleden zonder belang, zorgvuldig gewogen. De verklaringen van medische deskundigen en de notaris ondersteunen dat erflaatster haar wil kon bepalen en de gevolgen van haar handelen kon overzien. Het hof concludeert dat appellanten niet zijn geslaagd in hun bewijsopdracht.
Daarnaast is de waarde van een onroerend goed uit 1999 onderwerp van geschil. Drie deskundigen hebben taxaties uitgebracht met uiteenlopende waarden, lager dan de toenmalige WOZ-waarde. Het hof stelt vast dat de WOZ-waarde destijds niet altijd de werkelijke marktwaarde weerspiegelde en bepaalt de waarde van het onroerend goed op €130.000. Hierdoor dient de boedelbeschrijving uit 2011 te worden aangepast.
Het hof vernietigt het bestreden vonnis voor zover het de afwijzing van het verzoek tot aanpassing van de boedelbeschrijving en de proceskostenveroordeling betreft. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij zijn eigen kosten draagt. Het overige wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat erflaatster wilsbekwaam was en stelt de waarde van het onroerend goed vast op €130.000, waardoor de boedelbeschrijving wordt aangepast en proceskosten worden gecompenseerd.