ECLI:NL:GHDHA:2018:399

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
24 januari 2018
Publicatiedatum
2 maart 2018
Zaaknummer
22-003596-17
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 63 SrArt. 310 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling diefstal lokfiets met frequente recidive tot onvoorwaardelijke gevangenisstraf

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van 21 dagen, waarvan 18 dagen voorwaardelijk. In hoger beroep heeft het hof het vonnis vernietigd en de verdachte veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van één maand, met aftrek van voorarrest.

De tenlastelegging betrof de diefstal van een Cortina-lokfiets op 3 augustus 2017 te 's-Gravenhage, eigendom van een stichting. Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de diefstal heeft gepleegd. De verdediging voerde vrijspraak aan, stellende dat niet vaststaat dat de verdachte de man op de fiets was, maar het hof verwierp dit op grond van de omstandigheden van de aanhouding.

Het hof motiveerde de straf met de ernst van het feit, de hinder en schade veroorzaakt door fietsendiefstal, en de frequente recidive van de verdachte, die al meerdere veroordelingen voor vermogensdelicten heeft. Gezien deze recidive en de ernst van het feit achtte het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend. De tijd in voorarrest wordt in mindering gebracht.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van één maand wegens diefstal van een lokfiets met frequente recidive.

Uitspraak

Rolnummer: 22-003596-17
Parketnummer: 09-818530-17
Datum uitspraak: 24 januari 2018
TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 16 augustus 2017 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortejaar] 1977,
[adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op 10 januari 2018.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 21 dagen, met aftrek van de tijd die in voorarrest is doorgebracht, waarvan 18 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 03 augustus 2017 te 's-Gravenhage met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fiets (merk: Cortina), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [stichting], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het ten laste gelegde bewezen zal worden verklaard, dat de verdachte ter zake daarvan zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 21 dagen, met aftrek van de tijd die in voorarrest is doorgebracht, waarvan 18 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, en met, naast de wettelijk voorgeschreven algemene voorwaarden, als bijzondere voorwaarden – kort gezegd – een meldplicht en dat hij zich gedurende een proeftijd van twee jaren zal gedragen naar de aanwijzingen die zullen worden gegeven door of namens Palier, forensische en intensieve zorg, zolang deze instelling dit nodig oordeelt.
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op
of omstreeks03 augustus 2017 te 's-Gravenhage met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fiets (merk: Cortina)
, in elk geval enig goed, geheel of ten deletoebehorende aan [stichting]
, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsvoering
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.
Nadere bewijsoverweging
De raadsvrouw heeft vrijspraak ten aanzien van het ten laste gelegde bepleit. Daartoe heeft zij aangevoerd dat uit het dossier niet blijkt dat de man die is aangehouden (haar cliënt), degene is die op de gestolen fiets reed.
Het hof verwerpt dit en overweegt daartoe als volgt.
De verdachte is blijkens het proces-verbaal van aanhouding (PL1500 2017220381-2, dossierpagina’s 3 en 5) kort na het in beweging komen van de lokfiets omstreeks 19:47 uur, aangehouden omstreeks 19:49 uur. Tussen beide tijdstippen hebben verbalisanten een man op de lokfiets zien fietsen. Toen deze man zag dat hij gevolgd werd door de politie, heeft hij snel de fiets tegen een lantaarnpaal gezet en is weggelopen. Vervolgens hebben de verbalisanten de verdachte aangehouden. Bovendien hebben de verbalisanten gerelateerd dat er in de straat of in de buurt van de lokfiets geen andere personen liepen. Gelet hierop kan het naar het oordeel van het hof niet anders zijn dan dat de verdachte degene is geweest die de lokfiets heeft gestolen.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde levert op:

diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
Strafmotivering
Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.
Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van een lokfiets. Fietsendiefstal veroorzaakt hinder, schade en ergernis voor de benadeelden. Door aldus te handelen heeft de verdachte er blijk van gegeven geen respect te hebben voor de eigendomsrechten van een ander.
Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 28 december 2017, waaruit blijkt dat de verdachte zeer veelvuldig onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke en andersoortige misdrijven. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden het onderhavige feit te plegen.
Het hof heeft voorts bij de bepaling van de strafsoort en de hoogte van de straf acht geslagen op de oriëntatiepunten voor straftoemeting ter zake diefstal van een fiets in geval van frequente recidive.
Onder frequente recidive wordt daarin verstaan dat een verdachte ter zake van minimaal tien vermogensdelicten al dan niet onherroepelijk is veroordeeld, waarvan ter zake van vijf vermogensdelicten in de afgelopen twee jaren. Het oriëntatiepunt houdt in een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand. Blijkens het hiervoor aangehaalde uittreksel Justitiële Documentatie is sprake van frequente recidive in de hiervoor bedoelde zin.
Het hof is van oordeel dat, gelet op de ernst van het feit en verdachtes recidive, het bewezenverklaarde een hogere straf rechtvaardigt dan in eerste aanleg is opgelegd en door de advocaat-generaal is gevorderd.
Het hof ziet in hetgeen door de raadsvrouw omtrent de persoonlijke omstandigheden van de verdachte naar voren is gebracht geen reden om hiervan af te wijken en te volstaan met het opleggen van een lagere gevangenisstraf of een deels voorwaardelijke gevangenisstraf.
Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat uit een oogpunt van generale en speciale preventie een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand een passende en geboden reactie vormt.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof heeft gelet op de artikelen 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
1 (één) maand.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Dit arrest is gewezen door mr. Chr.A. Baardman, mr. E. van Die en mr. H.W. Samson-Geerlings, in bijzijn van de griffier mr. H. Hafti.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 24 januari 2018.
Mr. H.W. Samson-Geerlings is niet in staat dit arrest mede te ondertekenen.