ECLI:NL:GHDHA:2018:4020
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schorsing kort geding na bodemvonnis vernietiging octrooi
In deze zaak vordert Biogen in kort geding een inbreukverbod tegen Celltrion wegens vermeende inbreuk op het Nederlandse deel van octrooi EP 313. Het hof verwijst naar een eerder tussenarrest waarin de kort gedingprocedure werd aangehouden totdat in de bodemprocedure een vonnis zou zijn gewezen. Na het bodemvonnis van 21 februari 2018, waarin het Nederlandse deel van EP 313 werd vernietigd, heeft Celltrion de kort gedingprocedure hervat.
Biogen verzocht vervolgens om weigering van hervatting of subsidiair schorsing van de kort gedingprocedure tot onherroepelijke beslissing in hoger beroep op het bodemvonnis. Het hof oordeelt dat de hervatting terecht heeft plaatsgevonden en dat het verzoek tot weigering of schorsing niet kan worden toegewezen vanwege het spoedeisende karakter van kort geding en het belang van Celltrion bij een tijdige beslissing over proceskosten.
Het hof benadrukt dat Biogen het risico van proceskostenveroordeling draagt bij het voeren van een kort geding parallel aan een bodemprocedure. Een verzoek tot voeging van procedures wordt afgewezen vanwege de verschillende aard en stand van de procedures. Gezien de vernietiging van het octrooi in de bodemprocedure worden de vorderingen van Biogen afgewezen en wordt zij veroordeeld in de proceskosten van € 50.000 aan de zijde van Celltrion.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing af, bekrachtigt het bodemvonnis en veroordeelt Biogen in de proceskosten van € 50.000.