ECLI:NL:GHDHA:2018:4023
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak diefstal wegens ontbreken feitelijke heerschappij over goed
Het gerechtshof Den Haag heeft in hoger beroep het vonnis van de politierechter vernietigd en opnieuw recht gesproken. De verdachte werd vrijgesproken van het wegnemen van een deel van een rioolput omdat hij zich niet de feitelijke heerschappij over het goed had verschaft en het goed nog deels op de grond lag. Wel werd bewezen verklaard dat de verdachte op 21 november 2016 in Rotterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening een deel van een hek heeft weggenomen.
De verdediging voerde aan dat het hek als res nullius kon worden beschouwd, omdat het plat in het gras lag en mos en roest vertoonde. Het hof verwierp dit verweer op basis van verklaringen en foto’s waaruit bleek dat het hek nog aan een ander toebehoorde en in goede staat was. Ook het verweer van vrijwillige terugtred faalde omdat de diefstal als voltooid werd beschouwd.
Hoewel de strafbaarheid van de verdachte vaststond, besloot het hof geen straf of maatregel op te leggen vanwege zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder dakloosheid, geen inkomen en een negatief psychisch toestandsbeeld. Daarnaast wees het hof de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf af vanwege deze omstandigheden.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van diefstal rioolput; diefstal hek bewezen maar geen straf opgelegd vanwege persoonlijke omstandigheden.