ECLI:NL:GHDHA:2018:4024
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- W.P.C.M. Bruinsma
- H.M.D. de Jong
- F.W. van Lottum
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van belediging en eerroof via sociale media
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor het opzettelijk aanranding van de eer en/of goede naam van een benadeelde partij via berichten op sociale media, met name Twitter en Facebook, in juni 2014 te Zoetermeer. De tenlastelegging omvatte het verspreiden van een bericht waarin sprake was van discriminatie door de benadeelde partij.
De rechtbank sprak verdachte in eerste aanleg vrij, maar het hof vernietigde dit vonnis en veroordeelde verdachte tot een voorwaardelijke geldboete en een proeftijd. Tegen dit arrest stelde verdachte cassatieberoep in. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.
Bij hernieuwde beoordeling heeft het hof het vonnis van de rechtbank niet in stand kunnen laten, mede vanwege het toetsingskader van de Hoge Raad. Het hof oordeelde dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte het ten laste gelegde had begaan. Daarom sprak het hof verdachte vrij van alle tenlasteleggingen. Een nadere motivering was volgens het hof niet nodig.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van belediging en eerroof via sociale media.