ECLI:NL:GHDHA:2018:484
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over vaststelling WOZ-waarde woning te [Z]
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning te [Z], die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €233.000. De Rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het Gerechtshof Den Haag.
In hoger beroep oordeelt het Hof dat de heffingsambtenaar niet aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De gebruikte rekenprijzen voor bijzondere onderdelen en grond zijn onvoldoende onderbouwd met toetsbare marktgegevens. Ook de correctiefactoren voor ligging, onderhoud en kwaliteit (VLOK’s) zijn niet objectief onderbouwd. Belanghebbende heeft haar lagere waarde van €198.350 niet aannemelijk gemaakt, omdat zij geen bewijsstukken overlegde voor de kosten van noodzakelijke aanpassingen.
Het Hof bepaalt daarom de waarde van de woning schattenderwijs op €215.000. Tevens wordt de aanslag onroerendezaakbelasting verminderd naar deze waarde en worden de betaalde griffierechten aan belanghebbende vergoed. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank vernietigd.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt schattenderwijs vastgesteld op €215.000 en de aanslag onroerendezaakbelasting wordt verminderd.