ECLI:NL:GHDHA:2018:50
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voorhanden hebben stroomstootwapen
In hoger beroep heeft het Gerechtshof Den Haag het vonnis van de politierechter vernietigd en verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde bezit van een stroomstootwapen. In eerste aanleg was verdachte veroordeeld tot een geldboete van €700,- subsidiair 14 dagen hechtenis.
Tijdens het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep bleek uit de verklaring van een getuige dat verdachte, werkzaam als beveiligingsmedewerker, in overleg met de politie het stroomstootwapen onder zich had gehouden voor aflevering bij een politiebureau. Hierdoor kon het hof niet overtuigend vaststellen dat verdachte het wapen 'voorhanden' had in de zin van artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis en de strafbeschikking en sprak verdachte vrij van het ten laste gelegde. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van het hof op 18 januari 2018.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor het voorhanden hebben van een stroomstootwapen.