ECLI:NL:GHDHA:2018:54
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- P.B. Kamminga
- A. Sutorius
- M. Linsen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis tot nakoming verkoop woning na vernietiging arrest en verwijzing
Partijen hadden een affectieve relatie en waren gezamenlijk eigenaar van een woning. Na hun uit elkaar gaan ontstond een geschil over de verdeling van hun gemeenschap, leidend tot een arrest van het hof Den Haag in 2014 waarin voorwaarden werden gesteld voor toedeling van de woning aan de man. Dit arrest werd door de Hoge Raad vernietigd en verwezen naar het hof Amsterdam.
De vrouw startte een kort geding om nakoming van het arrest uit 2014 en medewerking van de man aan de verkoop van de woning af te dwingen. De voorzieningenrechter wees de vordering toe, waarna de man hoger beroep instelde. Het hof Den Haag bevestigde het vonnis en oordeelde dat de man onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij financieel in staat was het aandeel van de vrouw over te nemen onder ontslag van haar hoofdelijke aansprakelijkheid.
Het hof benadrukte dat de man in bijna vier jaar geen toedeling van de woning had gerealiseerd en dat de vrouw recht heeft op verkoop en overdracht aan een derde. De man kreeg geen herkansing om alsnog het aandeel van de vrouw over te nemen. De kosten van het hoger beroep blijven voor rekening van de man.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de man moet meewerken aan de verkoop van de woning en wijst het hoger beroep van de man af.