ECLI:NL:GHDHA:2018:623
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs bedreiging met schaar en bedreigende woorden
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf wegens bedreiging met een schaar, trekken aan een stropdas en het uiten van bedreigende woorden. Het conflict ontstond na een meningsverschil over de taxiprijs waarbij de verdachte de stropdas van de aangever vasthield en de politie inschakelde.
In hoger beroep oordeelt het hof dat het vasthouden en trekken aan een stropdas op zichzelf geen bedreiging oplevert volgens artikel 285 Sr Pro. Daarnaast is onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat de verdachte een schaar heeft getoond of bedreigende woorden heeft geuit, mede vanwege zijn matige beheersing van de Nederlandse taal.
Het hof vernietigt het vonnis van de politierechter en spreekt de verdachte vrij van de ten laste gelegde bedreiging. De vrijspraak is gebaseerd op het ontbreken van bewijs voor de bedreigende gedragingen en woorden zoals omschreven in de tenlastelegging.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van bedreiging met schaar en bedreigende woorden.