ECLI:NL:GHDHA:2018:657
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bevestiging echtscheiding ondanks geschil over rechtsmacht en onrechtmatig handelen man
Partijen zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met uitsluiting van gemeenschap van goederen. De echtscheiding werd door de rechtbank Den Haag op verzoek van de man met instemming van de vrouw uitgesproken. De vrouw kwam in hoger beroep en betwistte de bevoegdheid van de Nederlandse rechter, stellende dat de man haar computer had gehackt om eerder een verzoek tot echtscheiding in te dienen, waardoor de Californische rechter onbevoegd zou zijn.
De vrouw vorderde onder meer de niet-ontvankelijkheid van het verzoekschrift van de man, het aanhouden van de zaak en het benoemen van een deskundige voor schadevaststelling. Zij stelde ook dat de financiële positie en restraining orders in Californië alleen adequaat beschermd zouden worden als de echtscheiding daar werd behandeld.
Het hof oordeelde dat de Nederlandse rechter dwingendrechtelijk bevoegd is op grond van Brussel II bis, aangezien partijen beiden de Nederlandse nationaliteit hebben. Er is geen grond voor onbevoegdheid door een straf- of civielrechtelijke procedure in Californië. De echtscheiding is terecht op voorhand uitgesproken, en de door de vrouw aangevoerde bijzondere omstandigheden zijn onvoldoende om dit te wijzigen.
De vrouw mocht een pensioenverweer voeren, maar dit kon niet slagen omdat er geen pensioen was opgebouwd. Het verzoek tot benoeming van een deskundige voor schadevaststelling werd niet inhoudelijk behandeld omdat dit geen nevenvoorziening bij de echtscheiding betreft. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het hof bekrachtigde de bestreden beschikking en wees de overige verzoeken van de vrouw af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de echtscheiding en verklaart de Nederlandse rechter bevoegd, wijst de verzoeken van de vrouw af en compenseert de proceskosten.