Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
BESLISSING
spreekt de verdachte daarvan vrij.
Gerechtshof Den Haag
In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter is de verdachte vrijgesproken van het primair ten laste gelegde feit van diefstal van een Volkswagen Polo en het subsidiair ten laste gelegde feit van schuldheling, waarbij de advocaat-generaal had gevorderd tot bevestiging van het vonnis met herkwalificatie naar opzetheling.
De rechtbank had de verdachte vrijgesproken van diefstal maar veroordeeld voor schuldheling tot een taakstraf van 90 uur, subsidiair 45 dagen vervangende hechtenis, waarvan 40 uur voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. De verdediging stelde dat ook schuldheling niet wettig en overtuigend bewezen kon worden omdat verdachte niet wist en ook niet redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat de auto van diefstal afkomstig was.
Het hof oordeelde dat het primair ten laste gelegde niet bewezen kon worden en sprak verdachte vrij. Ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde was onvoldoende zekerheid dat verdachte wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de auto gestolen was, zodat ook daarvan vrijspraak volgde.
Het hof vernietigde het vonnis waarvan beroep en deed opnieuw recht door verdachte vrij te spreken van beide tenlasteleggingen. Het arrest werd uitgesproken op 21 februari 2018 door mr. M.J.J. van den Honert, mr. W.P.C.M. Bruinsma en mr. T.B. Trotman.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van diefstal en schuldheling wegens onvoldoende bewijs.